Marietta Petkova en de oerversie van Rachmaninovs Vierde pianoconcert

Marietta Petkova met de partituur van Rachmaninovs Vierde pianoconcert Foto: Maurice Boyer

Het was de laatste jaren wat stiller rond de Bulgaars Nederlandse pianiste Marietta Petkova. Haar albumproductie stokte, en de optredens leken even schaarser te worden. Tot begin vorig jaar. Toen kwam het in samenwerking met Lex Bohlmeijer geschreven boek Muziek is een hart dat alles weet uit. En nu is er eindelijk een nieuw album: een twintig jaar oude opname van de oorspronkelijke versie van Rachmaninovs Vierde pianoconcert. “Je kunt het zien als een afsluiting. Maar zeker niet als laatste woorden”, aldus de pianiste.

Tekst: Paul Janssen

“Kijk naar mijn blik van toen”, zegt Marietta Petkova met een liefdevolle distantie over een foto waarop ze de partituur van Rachmaninovs Vierde pianoconcert vasthoudt. “Ik was helemaal in de ban van deze ruwe diamant. Ik had toen een haast onmogelijk korte voorbereidingstijd. Maar ik ben er helemaal voor gegaan.”

Marietta Petkova was in de jaren negentig van de vorige eeuw vanuit Bulgarije naar Nederland gekomen, studeerde hier af bij Jan Wijn en gold inmiddels als een ware Rachmaninovvertolkster. Al in 2000 veroverde ze het Amsterdamse publiek met een memorabel Rachmaninov-recital in het Concertgebouw. ‘Grandioze Petkova’ en ‘pianist Petkova: ideale Rachmaninov’ zo schreven onder andere De Telegraaf en NRC Handelsblad. Ook haar later verschenen live-opname uit Lausanne van de Tweede sonate en de Preludes van Rachmaninov werd internationaal geroemd.

Dat album was ook mijn eerste echte kennismaking met de vertolkingskunst van Marietta. Via Luister, waar ik toen nog gewoon een van de medewerkers was, kreeg ik twee gekopieerde cd’s op mijn bureau met die Tweede sonate en de complete Preludes van Rachmaninov, gespeeld door Marietta Petkova. Haar naam was wel ergens langs gekomen, maar het in de gaten houden van interessante pianisten lag destijds niet per se op mijn bord. Zoals altijd schoof ik de eerste cd redelijk achteloos in mijn cd-lade, met het idee het gebodene te scannen en te beoordelen of ik er wat mee kon, met andere woorden: of ik het een recensie waard vond of niet.

Nu moet u weten dat ik niet zo van het pianowerk van Rachmaninov hield. Tenminste, niet van de opnamen van zijn werk die ik kende. Zijn Symfonische dansen vond ik prachtig, die behoren nog steeds tot mijn favorieten, maar die Sonates en de Preludes… Te veel show, teveel bombast, teveel mannelijke Russische overdaad. Dacht ik.

Bij de eerste noten van de Sonate, op die live opgenomen cd van Marietta, gebeurde er iets. Mijn mond viel open en is daarna niet meer dicht gegaan. Ik heb de complete cd als gehypnotiseerd beluisterd. En daarna ook de tweede met de Preludes opus 23 en 32. Een dag later herhaalde het tafereel zich. Je moet toch zeker weten dat je je niet vergist…

Het spel van Marietta bleef betoverend, maar belangrijker was dat Rachmaninov in die Sonate en in zijn Preludes opeens een man werd van vlees en bloed, een man met zijn eigen vreugden, zijn eigen zorgen, zijn melancholie, zijn twijfel. Alsof ik door de handen van Marietta eindelijk achter die façade van bombast kon kruipen en Rachmaninov kon horen voor wie hij was.

Tijdsgewricht

“Het waren hele vruchtbare jaren”, zegt Marietta over de tijd waarin ze met het Noord Nederlands Orkest onder leiding van Jacques Mercier de eerste Nederlandse uitvoering verzorgde van de oorspronkelijke versie van het Vierde pianoconcert van Rachmaninov. “Het waren jaren van heel veel spelen. Ook internationaal. Rachmanonovspecialist Elger Niels, die nu ook de liner notes, meer een essay, voor het album heeft geschreven, initieerde de Nederlandse première van de pas in 2001 uitgegeven oorspronkelijke versie van het Vierde pianoconcert. Het Noord Nederlands Orkest was het eerste orkest dat toehapte. Artistiek leider Marcel Mandos was geboeid door het idee van een première van de oerversie. Ik vond het een mooie kans en heb meteen ja gezegd. De partituur heb ik hier nog. Die is helemaal doorleefd en doortast. Het is de volledige orkestpartituur, daar heb ik uit gestudeerd. Er is een uittreksel voor twee piano’s te zijn, maar dat heb ik tijdens de voorbereiding niet gezien.”

De première vond plaats in februari 2006. Drie concerten in Drachten, Leeuwarden en Groningen die de aandacht trokken van de (inter)nationale pers. “Het concert is een portret van tijdsgewricht”, zegt Marietta nu. “Rachmaninov begon aan zijn concert in 1914, het moment dat de wereld op het punt van oorlog stond.”

Tussen hoop en vrees

‘Rachmaninov zoekt heil bij de muziek en maakt de eerste schetsen voor zijn Vierde Pianoconcert’, schrijft Elger Niels in het cd-boekje. ‘Dat hij daarmee een buitenmuzikale boodschap af wil geven, blijkt uit de ongebruikelijke opening waarin de triomfantelijke slotmaten van het Derde Pianoconcert worden verwrongen tot een wrange fanfare. De piano rukt het betoog van D groot naar g klein met een thema dat na een vastberaden start gelijk verdwaalt in rusteloos voortjagende figuren.’

“Dat gevoel van verwonding, het niet accepteren van geweld, vernieling van het hele menszijn, de angst de ontgoocheling, op bepaalde manier is dat nu voor ons actueel, alsof we op andere manier terug in tijd zijn gegaan en ook pendelen tussen hoop en vrees”, brengt Marietta de waarde van het concert naar de dag van vandaag. “Rachmaninov was er volgens mij niet op uit om te politiseren of om aan te geven wat goed of slecht is. De een maakt geweren, de ander verzorgt zieken, maar de mens is verscheurd, dat is de boodschap.”

Rachmaninov heeft het concert dat hij zo getergd begon toen niet af kunnen maken. Een drukke concertpraktijk en reizen naar de Verenigde Staten hielden hem af van het componeren van het werk. Pas in 1926 voltooide hij de eerste versie die hij opdroeg aan zijn goede vriend Nikolai Medtner en die in 1927 in première ging bij het Philladelphia Orchestra onder leiding van Leopold Stokowski met de componist zelf achter de vleugel.

Vulkanische uitbarsting

Rachmaninov was alleen niet tevreden. In een brief aan Medtner schreef hij zelfs dat hij zich schaamde voor zijn Vierde pianoconcert. Teveel roes, teveel bedwelming, teveel Wagner, aldus de componist. Bovendien citeerde hij ergens Schumann, zo ontdekte hij later, terwijl hij dacht dat thema zelf gecomponeerd te hebben. Rachmaninov zou het concert in 1927 en 1928 stevig aanpakken en vele maten schrappen. In 1941 nam hij het nog eens ter hand en reviseerde hij het voor de derde keer grondig. Het is deze laatste versie die tegenwoordig doorgaans wordt gespeeld. De oerversie belandde diep weggestopt in een lade.

“Toen ik de vraag kreeg de oerversie te spelen, kende ik de laatste versie uit 1941 nog niet”, bekent Marietta. “Dat was een voordeel, want nu ging ik er onbevangen in. Natuurlijk ben ik daarna wel op onderzoek gegaan en heb ik de verschillende versies naast elkaar gelegd. In de originele versie borrelt dit alles spontaan en recht vanuit Rachmaninovs hart op, en juist daardoor is deze versie zo geloofwaardig. De muziek is grimmig, introvert en demonisch, er is geen happy end. Het is een meesterwerk vol tegenstrijdige emoties, waarin alles met alles vervlochten is, een hartverscheurend panorama van de jaren 1914 tot 1926, een vulkanische uitbarsting met een meedogenloze motoriek.”

Hidden track

Tot zover de pitch. Toch blijft de vraag waarom deze mooie opname van de oerversie van Rachmaninovs Vierde pianoconcert nu pas naar buiten komt. Het zaadje daarvoor is eigenlijk al zo’n vijftien jaar geleden gepland. De pianiste ging volle kracht vooruit samen met haar levenspartner, haar Tonmeister en tevens ‘baas’ van het cd-label Bloomline Leo de Klerk (1958-2020). Prachtige albums verschenen zoals Ardamente en Affettuoso, beide met werken van Schumann en Chopin en terwijl ze aan nieuwe plannen werkten kwam een opname boven water uit 1993 waarop een jonge Marietta in haar Bulgaarse geboorteplaats Roese het Derde pianoconcert van Rachmaninov speelt met het plaatselijke symfonieorkest. Een mooie, levendige vertolking die gehoord mag worden. Dat vond Leo de Klerk ook. “Hij wilde meteen het ‘schilderij’ restaureren, het stof er af halen. Zo is het idee van archiefopnamen ontstaan, van de Concert Documents. Terwijl we met de master bezig waren vertelde ik Leo over mijn uitvoering van Rachmaninovs Vierde pianoconcert in 2006. Ik haalde de concertopname die toen gemaakt was tevoorschijn. Leo luisterde en zei meteen: ‘hier gaan we later wat mee doen’. Als voorbode daarvan heeft hij het van het slot van het Derde pianoconcert afgeleide begin van het Vierde als een hidden track aan het einde van het laatste deel van de registratie van het Derde gezet, analoog aan wat de Beatles hadden gedaan op Sgt. Pepper’s. Zo stoer waren we toen. Vandaar ook dat ik de hele opname van de Vierde digitaal had.”

Eerbetoon

Na het voor Marietta traumatische overlijden van Leo kwam een tijd van verwerken en terugblikken. Die periode resulteerde in het boek Muziek is een hart dat alles weet en verder bleef ze met de vraag zitten hoe voort te gaan op muzikaal gebied nu haar vertrouwde rechterhand er niet meer was. Ze bracht als eerbetoon aan Leo nog wel een single uit met de door hem gecomponeerde Chaconne, maar daar bleef het bij. Tot ze afgelopen zomer tijdens een bezoek aan het nog steeds in familiebezit zijnde ouderlijk huis in Roese bracht en in haar oude bibliotheek iets las over Rachmaninovs Vierde pianoconcert. “Toen drong het tot mij door dat het in 2026 honderd jaar geleden is dat hij de eerste versie voltooide. Ik nam mij meteen voor om thuis nog eens te kijken naar de concertopname uit 2006. Alleen het feit dat het werk honderd jaar oud was, vond ik niet genoeg om maar een album uit te brengen. Ik moest mijzelf overtuigen. Ik ben gaan zitten en luisteren. Een bijzondere ervaring om mijzelf zo twintig jaar jonger terug te horen. Ik hoorde een jonge pianiste die op leven en dood speelt, wat precies ook de sfeer is van dat Vierde pianoconcert. Ik heb het een paar andere mensen laten horen, want ik wilde mijzelf niet voor de gek houden. Toch hervond ik iets in het terugluisteren van het werk. Het leek of ik nu pas de werkelijke schat die in het concert verborgen ligt kon ervaren. Ik was er destijds met alle jonge pianistenenergie ingedoken en heb het concert gewoon gespeeld. Nu zie en hoor ik de verborgen lagen. Ik zal ze destijds gevoeld hebben in al het tumult, maar het ging toen om het zo goed mogelijk uitvoeren. Het is een stuk dat je niet koud laat.”

Na hier en daar wat ruggenspraak en het fiat van het Noord Nederlands Orkest besloot ze het concert in eigen beheer uit te brengen onder de vlag van Concert Documents. “Ook dit is een beetje een eerbetoon aan Leo. Hij was degene die iets met het de opname wilde doen. Ik denk dat hij het geweldig had gevonden dat dit nu gelukt is. En hij is aanwezig: het begin van het concert is nog steeds het stuk dat hij bewerkt heeft.”

Veerkracht

Dat is niet het enige. Na het Vierde pianoconcert klinkt als een afterthought de Lullaby uit 1941 van Rachmaninov, een bewerking voor pianosolo van Tsjaikovski’s Lullaby op. 16 nr. 1, een opname die nog door Leo de Klerk gemaakt is. “Het is het laatste werk van Rachmaninov, een afscheid, maar wel een waar ook licht in straalt. Hij heeft het einde van de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt, ook niet dat hij in Rusland weer werd geaccepteerd. En toch heeft hij dat ene lied van Tsjaikovski gepakt. Dat ene lieflijke wiegelied dat zijn jonggestorven zus Yelena zong, terwijl hij haar op de piano begeleidde. In deze bewerking heeft hij er echt Rachmaninov van gemaakt met smartelijke chromatiek die rond de melodie cirkelt. Alsof hij zich door Tsjaikovski laat wiegen. En aan het eind doemt er uit het niets opeens een heletoonstoonladder op, als een trap naar de hemel. De Lullaby is als een aanvaarding van wat Rachmaninov in 1914 niet kon aanvaarden. De Lullaby komt na de pijn. Ik kon de mensen niet bij dat woeste Vierde pianoconcert laten. Dat beneemt je de adem. De Lullaby geeft je de adem terug. Voor Rachmaninov had het alles te maken met zijn zus, maar ook met zijn jongste dochter Tatjana die tijdens de oorlog met haar gezin in Frankrijk achterbleef. De Lullaby is de onthechting, de kracht van zijn hart. Hij heeft geen angst meer voor het einde.”

Ze is even stil. Dan zegt ze, mijmerend: “In mijn microwereld ervaar ik dat op persoonlijk vlak ook. Zeker na heengaan van Leo. Het is het terugwinnen van veerkracht na de val, de deceptie, het gemis. Hoe buigzaam ben je? Kun je door? Rachmaninov is ook doorgegaan, ondanks de bitterheid. En ondanks alle woeste noten is het Vierde pianoconcert absoluut geen bitter werk.”

Toch weet ze niet of ze het concert nu anders zou spelen. “Ik zou van voren af aan moeten beginnen. Vooral ook omdat het een erg lastig werk is om te spelen. In die eerste versie heeft Rachmaninov geen enkele concessie gedaan. Daarna heeft hij tot drie keer toe in zijn eigen vlees gesneden. Terecht? Dat weet ik niet. Ik zet geen noten op papier. Wie ben ik dan om te zeggen dat de correcties terecht zijn? Rachmaninov heeft het zelf gedaan, dus hij zal het ergens goed voor gevonden hebben. Toch vind ik het belang van het uitbrengen van de oerversie groot. Het is in zijn soort een meesterwerk dat wereldwijd nog niet veel exposure heeft gehad. Daarnaast zijn  niet alleen de paralellen met deze tijd belangrijk, maar strookt het op een bepaalde manier ook met mijn wereld. De uitvoering ademt dat. Er is niets gelikts aan. Je voelt dat ik volledig voor werk ga. De hele aard van het werk is niet gebaseerd op klatergoud, op hier ben ik. Je draagt als uitvoerder slechts een steentje bij. Het is zo allesomvattend, daar vind ik mij wel in.”

Alleen de woede, de bitterheid herkent ze niet. “Nee, er woedt geen oorlog in mij. Ik ben meer de Lullaby.”

Geestverwant

Toch blijft de vraag: hoe nu verder? Marietta Petkova wordt internationaal door velen terecht beschouwd als een pianist van de buitencategorie. Ook in Nederland heeft ze een trouwe schare fans die stuk voor stuk haar recitals roemen als bijzondere gebeurtenissen. Alleen zijn die recitals niet zo talrijk en zijn het meestal niet de grote concertzalen. Haar agenda spreekt van een recital op 19 februari in de Pianoserie van de Waalse Kerk, van enkele concerten samen met Carel Kraayenhof (het prachtige programma De hand van de beer, geïnspireerd op hun liefde voor Sviatoslav Richter). Van wat presentaties samen met Lex Bohlmeijer rond Muziek is een hart dat alles weet. En van een recital op 20 mei in haar favoriete Salle Paderewski in Lausanne. Vol de nuit heet het programma dat absoluut albummateriaal is. “Ik sta open voor een cd-maatschappij”, zegt ze met een glimlach.

En voor nieuwe opnamen zonder Leo aan haar zijde? “Dat is een complexe vraag. Ik kan zeggen nee, want wat ik met Leo had komt nooit meer terug. Maar onze muzikale samenwerking was geen hermetische bubbel, er was niets benauwends aan. Hij liet juist mij mijn gang gaan, hij volgde. Hij kon in de studio, waar onze samenwerking ooit begon, heel sturend zijn. Maar al onze verdere opnamen zijn live. We hebben nooit programma’s van te voren opgenomen om safe te zijn. Zelfs het kwartiertje extra na afloop om eventuele hoestbuien te overschrijven hebben we nooit gebruikt. We kozen iedere keer voor concertversie. Leo zei altijd: je gaat tijdens een recital op reis, dat moeten we niet onderbreken. Ik kan mij voorstellen dat iemand anders bereid is om op deze natuurlijke manier opnamen te maken. Bert van Dijk heeft het Vierde pianoconcert van Rachmaninov opgenomen, al was dat niet met de bedoeling om er een album van te maken. Maar het is een hele goede opname. Hij heeft ook de mastertape van de Lullaby gemonteerd. Zijn werkwijze lijkt op die van Leo. Jammer dat hij vanwege zijn pensioen geen opnamen meer maakt. Maar er is vast nog iemand, een geestverwant met de zelfde geest, smaak, oor en scherpte als Leo en ook Bert. Goede zaken keren altijd terug. Het klinkt misschien naïef, maar het is echt waar.”

Bovendien is de muziekwereld ‘heel weerbarstig en onvoorspelbaar’, zei ze eerder al eens op de vraag hoe het nu zit met haar concertagenda. ‘Veel mensen weten wie ik ben. Bovendien is de kwaliteit en de boodschap van iemand, zeker in deze tijd, niet meer af te meten aan waar en hoe vaak hij speelt. Sviatoslav Richter smeekte zijn impresario zelfs om kleine zaaltjes, liefst op afgelegen plekken. Concerten die hij op het laatste moment aankondigde. Vergeleken met zijn status was dat heel contradictief.’

Drijfveer

“De voetballer Zinedine Zidane noemde zich in documentaire een man at work”, voegt ze er nu aan toe. “Ik doe ook dagelijks mijn werk. Ik duik iedere keer in de muziek die ik voor mij heb. De glamoureuze buitenkant is verweven met wat je iedere keer thuis doet. Voor mij is dat de drijfveer. Het gaat om muziek. Maar de exposure moet er zijn. Het podium is ook een bron voor mij, dat is ook werk. Natuurlijk is er de inspiratie, de band met publiek, maar het is mijn werk. En soms is dat best zwaar omdat je het breekpunt bent van diverse krachten. Je moet dealen met omstandigheden, en dat waar je in gelooft bewaken. Dat blijft een uitdaging. De liefde die je in je werk stopt, komt er het meest uit als je niet het gevoel hebt dat je iets moet laten zien, maar juist wanneer je puur speelt, louter om de muziek te delen. Die puurheid is mijn drijfveer; de liefde zodanig incorporeren en zo spelen dat je niet zwicht voor omstandigheden maar puur die liefde overbrengt. Hoe minder je doet, hoe groter de impact.”

Met andere woorden: de boodschap komt het beste over als het ego er tussenuit is?

“Precies, of je zelfbescherming, zelfverdediging, hoe je het ook noemen wilt. We hebben te maken met stoffelijkheid; natuurlijk neem ik die menselijke bagage ook mee. Je kunt niet loskomen van je menszijn, maar de motivatie om er los van te komen is belangrijker dan de perfectie. Zelfs als iets niet helemaal lukt en de motivatie er wel is, vangt publiek de boodschap op. Het gaat om waarom je het wilt doen.”

Waarom wil jij het doen, de muziek spelen, overbrengen, delen?

“Rachmaninov heeft zelfs in zijn meest pessimistische en verontwaardigde momenten, in een leven vol verlies, crisis, wanhoop, bitterheid  nooit opgegeven. Natuurlijk waren er precaire momenten, maar toch heeft hij tot het eind toe niet opgegeven. Dat kan muziek alleen. Als hij de muziek niet had gehad, had hij veel eerder opgegeven. Voor mij is het in alle bescheidenheid hetzelfde. We gaan nergens naar toe, dat is een uitgangspunt. Elk mens, elke kunstenaar, elke kathedraal vergaat, zo luidt ook de strekking van een monoloog van Orson Welles in zijn film F for Fake. Maar hij besluit met: Go on singing. Dat is precies wat Rachmaninov heeft gedaan. En dat doe ik ook. Als ik nadenk, bedenk ik dat alles geen zin heeft omdat het nergens toe leidt. Maar als ik achter de piano zit, voel ik iedere keer de zin, de noodzaak.”

Wat is dan de zin van muziek?

“De muziek gaat door, blijft. Altijd. Het maakt niet uit of ik daarbij voor twee mensen speel of voor een hele zaal. Ze zeggen vaak dat muziek slechts in het moment aanwezig is. Dat is waar: muziek is net als een parfum dat langskomt. Je ruikt een vleug en dan is het weg. Dat doet muziek ook. Alleen muziek kun je altijd terughalen, opnieuw spelen. Muziek is het geweten van de wereld.”

Rachmaninov – Vierde pianoconcert (originele versie)

Marietta Petkova (piano), Noord Nederlands Orkest o.l.v. Jacques Mercier

Eigen beheer – te bestellen via mariettapetkova.rocks

Facebook
Twitter

Laatste artikelen