Sneak preview

Isabelle Faust Foto: Marco Borggreve

Isabelle Faust begon met Vioolspelen toen ze vijf jaar was. Op haar elfde won ze met haar familie-strijkkwartet een prijs van Jugend Musiziert en op haar vijftiende besloot ze violist te worden. In 1993 won ze het Paganini Concours in Genua en de rest is geschiedenis. In de komende editie van Luister vertelt ze in gesprek met Wenneke Savenije over haar carrière, over haar Focus op Faust-serie in het Muziekgebouw aan ’t IJ en legt ze uit hoe ze het voor elkaar krijgt om diverse stijlen (oude muziek, nieuwe muziek, romantiek) op het allerhoogste niveau te spelen.  “Door telkens opnieuw te beginnen. Je kunt Beethoven niet spelen alsof het Bach is, en Bartók niet alsof het Brahms is.”

Creatie

“Dat vraagt technische flexibiliteit, maar vooral mentale. Je moet bereid zijn je spel steeds weer aan te passen en je zekerheden los te laten”, gaat ze verder. “Definitieve interpretaties bestaan niet. Een concert is nooit herhaling, het is altijd creatie. Op het moment dat je denkt dat je klaar bent, stopt de muziek. Dat mag nooit gebeuren. Muziek leeft alleen zolang je vragen blijft stellen.”

Intuïtie

Haar aanpak van muziek in het algemeen en oude muziek in het bijzonder bestaat uit ‘partituren bestuderen en bronnen lezen’, maar ook uit ‘heel veel te luisteren en te spelen’. “En fouten maken. Er is geen snelle weg. Dat maakt het misschien minder aantrekkelijk in een tijd waarin alles snel moet, maar muziek laat zich niet haasten. Het mag ook nooit dogmatisch worden. Het begrijpen van de historische context beperkt je vrijheid niet, het vergroot die juist. Het geeft je gereedschap. Zonder kennis wordt intuïtie willekeurig. Maar zonder intuïtie wordt kennis dood. Je hebt beide nodig, en het evenwicht verschuift telkens opnieuw.”

Facebook
Twitter

Laatste artikelen