Chopin: de beste opnames van Scherzo’s, Etudes en Préludes

Portret van Frédéric Chopin door Ary Scheffer uit 1847

Wie Chopin op cd, vinyl of streaming wil ontdekken, loopt al snel tegen een luxeprobleem aan. Van zijn bekendste pianowerken bestaan talloze opnames, vaak door meerdere generaties pianisten. Welke versie moet je dan kiezen? Het antwoord hangt sterk af van wat je in Chopin zoekt: virtuositeit, helderheid, poëzie, spontaniteit of juist een uitgesproken persoonlijk geluid.

Dat werd opnieuw duidelijk tijdens het recital van Hayato Sumino in Het Concertgebouw op 15 juli 2026. In zijn programma stonden onder meer Chopins Eerste Scherzo, de Etude in As groot op. 25 nr. 1, de Prélude in Des groot op. 28 nr. 15 en verschillende andere werken van Chopin. Sumino combineerde die muziek met eigen composities, waaronder Lydian Harp.

Wie na zo’n concert verder wil luisteren, kan bij de volgende opnames beginnen. Niet als ranglijst, maar als gids door verschillende manieren waarop deze muziek kan klinken.

Scherzo nr. 1 in b klein, op. 20

Het eerste Scherzo is een misleidende naam. Van iets speels is nauwelijks sprake. Het werk is onrustig, abrupt en dramatisch, met een donkere openingspassage die uiteindelijk uitmondt in een opmerkelijk verstilde afsluiting.

Juist daardoor is het een interessant werk om verschillende interpretaties naast elkaar te leggen. De pianist moet niet alleen de virtuoze buitenkanten beheersen, maar ook de grote spanningsboog bewaken.

Maurizio Pollini — Deutsche Grammophon

Pollini’s Chopin staat bekend om zijn technische beheersing en uitzonderlijke helderheid. Zijn aanpak van de Scherzo’s is strak en geconcentreerd, zonder dat de virtuositeit een doel op zichzelf wordt. De muziek krijgt daardoor een architectonische helderheid.

Pollini is bovendien een logische keuze voor wie de opnamegeschiedenis van Chopin wil verkennen: zijn DG-opnames uit de jaren zeventig behoren tot de belangrijke moderne referenties van het repertoire.

Vladimir Ashkenazy — Decca

Ashkenazy kiest doorgaans voor een beweeglijker en meer zingende benadering. Zijn Chopin-opnames zijn interessant voor luisteraars die naast technische precisie ook aandacht willen voor melodische lijnen en ritmische soepelheid.

Zijn complete Chopin-project liep over meerdere jaren en omvatte uiteindelijk vrijwel het gehele solowerk van Chopin. Daarmee biedt Ashkenazy een bijzonder breed perspectief op de componist.

Een vergelijking waard

Bij het eerste Scherzo loont het vooral om niet alleen naar tempo te luisteren. Let op de verhouding tussen de hoekige openingsmuziek, de lyrische passages en de manier waarop de pianist de spanning naar de slotmaten voert. Daar wordt het verschil tussen goede en zeer verschillende interpretaties hoorbaar.

Etude in As groot, op. 25 nr. 1 — ‘Aeolian Harp’

De eerste Etude uit op. 25 wordt vaak aangeduid als de Aeolian Harp of ‘Aeolische harp’. Die bijnaam is niet van Chopin zelf, maar verwijst naar de vluchtige arpeggio’s die de melodie omhullen.

Het bijzondere van deze Etude is dat de technische moeilijkheid juist nauwelijks hoorbaar mag zijn. De rechterhand beweegt voortdurend, terwijl de melodische lijn daar als vanzelf bovenuit moet komen.

Maurizio Pollini — Deutsche Grammophon, 1972

Pollini’s complete opname van de Etudes op. 10 en op. 25 werd in 1972 opgenomen in München. De uitvoering geldt al decennialang als een belangrijke referentie. Zijn precisie is indrukwekkend, maar vooral de transparantie van de textuur valt op.

Wie wil horen hoe iedere noot zijn plaats in het muzikale geheel krijgt, vindt hier een uitstekende ingang. De opname is op streamingdiensten beschikbaar en ook originele DG-vinylpersingen zijn gewild bij verzamelaars.

Murray Perahia — Sony Classical, 2001

Perahia kiest voor een warmer en meer zangerig geluid. De opname van de complete Etudes werd in 2001 gemaakt en laat de melodische lijn sterk naar voren komen.

Voor luisteraars die Pollini soms te analytisch vinden, kan Perahia een interessant alternatief zijn. Niet omdat de techniek minder belangrijk is, maar omdat die bij hem nog meer in dienst staat van de melodie.

Hayato Sumino — Chopin Orbit, 2026

Sumino’s benadering is hier bijzonder relevant. Zijn album Chopin Orbit bevat Chopins Etude op. 25 nr. 1 én zijn eigen compositie Lydian Harp. Dat laatste werk ontstond vanuit zijn idee om de muzikale modaliteit van de ‘Aeolian Harp’ te veranderen naar de lydische modus.

Hier wordt de relatie tussen Chopin en Sumino’s eigen muzikale taal direct hoorbaar. Het is geen nieuwe interpretatie van Chopin in historische zin, maar een hedendaagse reactie op Chopins muziek.

Prélude in Des groot, op. 28 nr. 15 — ‘Regendruppel’

Van de 24 Préludes is nr. 15 waarschijnlijk de bekendste. De bijnaam ‘Regendruppel’ verwijst naar de herhaalde noot die door grote delen van het stuk klinkt. Die herhaling is echter veel meer dan een sfeereffect: ze geeft het stuk ritmische continuïteit.

Dat maakt het werk ook verraderlijk. Wie uitsluitend voor een melancholische, langzame sfeer kiest, kan de onderliggende structuur gemakkelijk uit het oog verliezen.

Claudio Arrau — Philips

Arraus opname van de Préludes behoort tot de belangrijke historische Chopin-documenten. Zijn lezing is breed, diepgravend en rijk aan klankkleur. Vooral in de langzame delen neemt hij de tijd om harmonische details te laten spreken.

De opname stamt uit de jaren zeventig en is inmiddels in verschillende heruitgaven beschikbaar, waaronder op vinyl. Voor wie van een grote, sonore pianoklank houdt, blijft Arrau een interessante keuze.

Arthur Rubinstein — RCA

Rubinsteins 24 Préludes hebben een bijzondere plaats in de opnamegeschiedenis. Belangrijk detail: deze opname werd niet in 1959 gemaakt, zoals soms wordt vermeld, maar in juni 1946 in de RCA-studio’s in New York. De oorspronkelijke uitgave verscheen op 78-toerenplaten.

Dat vroege opnamejaar is hoorbaar in de klank, maar het muzikale karakter heeft weinig aan actualiteit verloren. Rubinstein speelt direct, natuurlijk en zonder overmatige dramatiek. Juist daardoor werkt zijn Regendruppel als onderdeel van de complete cyclus, in plaats van als losstaand romantisch miniatuur.

Vladimir Ashkenazy — Decca

Ook Ashkenazy is een belangrijke naam voor wie de complete Préludes wil beluisteren. Zijn opname van op. 28 werd in 1978 gemaakt. Het is een benadering waarin helderheid, continuïteit en muzikaal overzicht centraal staan.

Voor verzamelaars is de Decca-uitgave bovendien interessant vanwege de klassieke analoge opnamecultuur van die periode. Op streaming zijn verschillende heruitgaven beschikbaar.

Van Chopin naar Sumino

Het aardige aan Sumino’s Chopin Orbit is dat de verbinding met Chopin niet ophoudt bij het uitvoeren van Chopins muziek. Op het album staan naast Chopins werken ook composities van Sumino zelf, waaronder Lydian Harp en Raindrop Postlude.

Daarmee ontstaat een soort muzikale dialoog. Lydian Harp vertrekt vanuit de klankwereld van Chopins Etude op. 25 nr. 1, terwijl Raindrop Postlude reageert op de sfeer en klank van de beroemde Prélude op. 28 nr. 15. Sumino probeert Chopin dus niet na te bootsen, maar gebruikt diens muziek als vertrekpunt voor een eigen hedendaagse taal.

Dat maakt zijn recente album een interessante aanvulling op de historische opnames. Wie na het concert in Amsterdam terug wil naar de bron, kan luisteren naar Pollini, Rubinstein, Arrau of Ashkenazy. Wie vervolgens wil horen hoe een jonge pianist en componist van nu met die traditie omgaat, kan verder met Sumino.

Waar begin je?

Voor wie nog niet veel Chopin-opnames kent, is een kleine luisterroute misschien de beste aanpak:

  • Voor technische helderheid: Pollini
  • Voor warmte en melodische lijn: Perahia
  • Voor historische betekenis: Rubinstein
  • Voor een rijke, brede klank: Arrau
  • Voor een compleet Chopin-perspectief: Ashkenazy
  • Voor de hedendaagse dialoog met Chopin: Sumino

Er is daarbij geen definitieve ‘beste’ opname. Juist bij Chopin maakt het verschil tussen uitvoeringen deel uit van de aantrekkingskracht. Dezelfde noten kunnen bij de ene pianist briljant en onverbiddelijk klinken, bij de andere lyrisch en bijna meditatief.

En misschien is dat precies de beste manier om Chopin te beluisteren: niet op zoek naar één winnaar, maar naar de uitvoering die op een bepaald moment het meest te zeggen heeft.

Facebook
Twitter

Laatste artikelen