Rachmaninoffs Tweede Pianoconcert: 6 onmisbare opnames op een rij

Het Tweede pianoconcert in c-klein (Opus 18) van Sergei Rachmaninoff behoort tot de meest geliefde en gespeelde werken uit de klassieke muziekgeschiedenis. Juist omdat het werk zo vaak is opgenomen, verschilt het karakter per uitvoering enorm. Maar wat zijn nu de meest iconische en boeiende registraties? In dit overzicht vergelijken we zes onmisbare opnames door een eeuw aan uitvoeringspraktijk.

Een ‘enkele beste’ opname aanwijzen is onmogelijk. Rachmaninoffs eigen historische uitvoering belichten we vanuit een heel ander perspectief dan het titanenwerk van Richter, terwijl Zimerman een volstrekt andere benadering kiest dan Ashkenazy. Met deze zes topopnames bouwt u een inspirerend luisterpad op door de rijke discografie van Opus 18.

1. Sergei Rachmaninoff – Philadelphia Orchestra & Leopold Stokowski (1929)

De historische maatstaf van de componist zelf

  • Pianist: Sergei Rachmaninoff

  • Orkest & Dirigent: Philadelphia Orchestra, Leopold Stokowski

  • Label: RCA / Victor (1929)

De meest directe kennismaking met Rachmaninoffs intenties is de opname die hij in april 1929 maakte in de Academy of Music in Philadelphia. De 78-toerenklank vraagt om enige gewenning, maar de opname is veel meer dan een historisch curiosum.

Rachmaninoff speelt ritmisch alert, virtuoos en met een opvallende vanzelfsprekendheid. Waar latere pianisten vaak vertragen voor romantisch effect, blijft Rachmaninoffs eigen lezing flexibel en voortstuwend. Het is een cruciaal referentiepunt voor iedere liefhebber van klassieke muziek.

2. Sviatoslav Richter – Warschau Philharmonisch Orkest & Stanisław Wisłocki (1959)

Architectonische grandeur zonder sentiment

  • Pianist: Sviatoslav Richter

  • Orkest & Dirigent: Warschau Philharmonisch Orkest, Stanisław Wisłocki

  • Label: Deutsche Grammophon (1959)

Sviatoslav Richters bekende vroege opname voor Deutsche Grammophon geeft het concerto een stevig, duister en groots profiel. Richter weigert de bekende melodieën plat te walsen met uiterlijk vertoon.

In plaats daarvan focust hij op de architectuur van het stuk: de eerste beweging voelt als één lange, ononderbroken spanningsboog. Ook het beroemde Adagio sostenuto profiteert van deze terughoudendheid. Een aanrader voor wie de diepere structuur van het concerto wil doorgronden.

3. Van Cliburn – Chicago Symphony Orchestra & Fritz Reiner (1962)

Amerikaanse romantiek ontmoet orkestrale precisie

  • Pianist: Van Cliburn

  • Orkest & Dirigent: Chicago Symphony Orchestra, Fritz Reiner

  • Label: RCA Living Stereo (1962)

Let op: Vaak wordt gedacht dat Cliburn zijn beroemdste Rachmaninoff met Kirill Kondrashin opnam, maar voor het Tweede Pianoconcert dook hij in 1962 de studio in met Fritz Reiner en het Chicago Symphony Orchestra.

Het resultaat is een prachtige combinatie van meeslepende romantische frasering en een uiterst strak, gedisciplineerd orkest. Cliburn legt veel gevoel en virtuositeit in zijn spel, terwijl Reiner waakt over de helderheid. Dit maakt de opname bijzonder toegankelijk én muzikaal bevredigend.

4. Vladimir Ashkenazy – London Symphony Orchestra & André Previn (1970)

De gouden standaard voor een lyrische benadering

  • Pianist: Vladimir Ashkenazy

  • Orkest & Dirigent: London Symphony Orchestra, André Previn

  • Label: Decca (1970)

De opname van Ashkenazy en Previn uit Kingsway Hall in Londen geldt voor velen als de ideale ‘ijp opname’. Ashkenazy kiest voor een fluweelzachte pianoklank en een warme, lyrische benadering.

De kracht van deze uitvoering zit in de perfecte balans. Geen van de musici vervalt in extremen: de grote melodische lijnen krijgen alle ruimte, maar de orkestpartij blijft gelijkwaardig overeind. Zoekt u een eerste, vertrouwde kennismaking met Rach 2? Dan is dit het perfecte vertrekpunt.

5. Krystian Zimerman – Boston Symphony Orchestra & Seiji Ozawa (2003)

Geheimen uit de partituur ontrafeld

  • Pianist: Krystian Zimerman

  • Orkest & Dirigent: Boston Symphony Orchestra, Seiji Ozawa

  • Label: Deutsche Grammophon (2003)

Krystian Zimerman staat bekend om zijn maniakale precisie en dat hoort u terug op deze Deutsche Grammophon-uitgave. Zimerman laat de virtuositeit ondergeschikt zijn aan de gelaagdheid van het stuk.

Doordat hij veel aandacht besteedt aan nevenstemmen en micro-dynamiek, ontdekt u in deze opname details in de partituur die bij andere pianisten verloren gaan. Een frisse, analytische én virtuoze blik op een overbekend meesterwerk.

6. Yuja Wang – Mahler Chamber Orchestra & Claudio Abbado (2011)

Transparant, modern en virtuoos samenspel

  • Pianist: Yuja Wang

  • Orkest & Dirigent: Mahler Chamber Orchestra, Claudio Abbado

  • Label: Deutsche Grammophon (2011)

Soms wordt verwezen naar Wangs latere opnames, maar haar live-registratie uit 2010 met Claudio Abbado in Ferrara is dé te horen uitvoering. Wang en Abbado vermijden zwaar aangezette romantische clichés.

In plaats van spierballentaal kiezen zij voor een transparante, heldere Dialoog tussen solist en orkest. Wangs vlijmscherpe techniek stelt haar in staat om zelfs de drukste passages lichtvoetig en helder te laten klinken. Het resultaat is een modern topdocument.

En Martha Argerich?

Een veelgestelde vraag onder klassieke liefhebbers: waar blijft Martha Argerich? Argerichs legendarische live-opname met Riccardo Chailly uit 1982 hoort absoluut thuis in de canon van Rachmaninoff-interpretaties, maar betreft zijn Derde pianoconcert (Opus 30) en niet het Tweede. Niet te missen zodra u Opus 18 heeft uitgeluisterd!

Conclusie: Welke opname moet u kiezen?

De rijkdom van Rachmaninoffs Tweede pianoconcert zit in de speelruimte die de partituur biedt:

  1. Wilt u de historische bron? Kies Rachmaninoff (1929).

  2. Zoekt u kracht en structuur? Kies Richter (1959).

  3. Wilt u pure lyriek en balans? Kies Ashkenazy (1970).

  4. Zoekt u transparant samenspel? Kies Wang & Abbado (2011).

Wilt u maandelijks diepgaande recensies, interviews en luistergidsen ontvangen? Word nu abonnee van Luister Magazine!

Facebook
Twitter

Laatste artikelen